meditatie

Ons mededelingenblad, Licht en Leven, verschijnt 2x per jaar.

Esseldien Wennink, onze voorganger, schrijft daarin een meditatie. De laatste versie is te lezen op de website.

 

Overpeinzing van een voorganger
Op een ochtend in oktober sla ik mijn geliefde ochtendkrant Trouw open. En ik lees dat de Nederlandse bevolking, volgens onderzoek van het CBS, uit 49,3 procent religieuzen bestaat. Een mijlpaal. Want dat betekent dat voor het eerst in de geschiedenis de meerderheid van de Nederlandse bevolking niet religieus is.

 

In de dagen erna ontstond er in theologisch Nederland iets, wat ik het beste kan omschrijven als ‘een gevalletje paniek’. Want u begrijpt vast wel dat die mijlpaal voor een theoloog geen fijn nieuws is. Met religie als core business is het natuurlijk nooit leuk om te lezen dat meer dan de helft van de klanten, niets meer wenst te kopen uit jouw theologische winkel.

 

Dus, zoals dat meestal gaat als de uitkomst van een onderzoek niet bevalt, werd de kwaliteit van het onderzoek alras in twijfel getrokken. De vraagstelling zou niet deugen. De definitie van het begrip religieus klopte niet, want het CBS had religiositeit en kerkelijkheid aan elkaar verbonden.

 

Nu ben ik als geestelijk verzorger en voorganger al jaren werkzaam op het terrein van religie en levensbeschouwing. Maar als mij op straat gevraagd zou worden of ik religieus ben, zou ik intuïtief een stapje terug doen en eerst even heel diep nadenken. Want religieus klinkt zo ‘religieus’, als u begrijpt wat ik bedoel. Het woord roept bij mij associaties op met zwartekousenkerken en kloosterordes. En daar herken ik mezelf niet in. Ik heb dus zelf ook een probleem met de definitie van de term religie. Gelukkig was er in die week ook nog een ander onderzoek dat over tien procent spirituelen sprak. En men was het er al snel over eens dat er buiten de kerken nog steeds veel religiositeit te vinden is. So far so good. Niets aan de hand. Opgelucht ademhalen dus. Of toch niet?

 

Nee, wat mij betreft niet. Natuurlijk kunnen we het volgen van yogalessen en het kopen van een Boeddhabeeld met enige goede wil religieus noemen. En natuurlijk vormt Jezus van Nazareth ook voor veel mensen buiten de kerken een geweldig voorbeeld van hoe te leven. Maar daarmee zijn we er niet, want de verwachting is dat tot 2030 zo'n duizend kerkgebouwen leeg komen te staan. En ging in 1971 nog 37 procent van de bevolking regelmatig (minstens 1 keer per maand) naar een kerkdienst, in 2017 is de kerkgang gedaald naar 16 procent.

 

Nu ben ik nogal slecht met cijfers, maar het is mij volkomen duidelijk dat er een neergaande lijn zichtbaar is in het kerkbezoek. En dat verrast me niet. Zo lang er in veel kerkdiensten onverstoorbaar onbegrijpelijke kerkelijke taal gesproken wordt, zolang geloof in een beklemmende plechtige sfeer, zonder een snufje twijfel of humor, wordt opgediend en zo lang er geen enkele ruimte is voor vraagtekens, dan moet je niet raar opkijken als de kerk leegloopt.

 

Wat mij echter opvalt is dat de kerkgebouwen die verkocht worden, na de verkoop vaak gebruikt worden voor concerten, kunstuitleen en exposities en dan stromen die lege kerken dus gewoon weer vol. Volgens mij ziet men in alle discussies iets essentieels over het hoofd: Er is ook nog een wereld tussen religieus en niet-religieus zijn. Er zijn meerdere wegen die naar het Onnoembare leiden. Mensen halen overal bezieling vandaan.

 

Mensen vinden ook inspiratie in lezingen, films, theatervoorstellingen, sportwedstrijden, in samen zijn, musea en muziek. En dat doen ze niet omdat ze zo graag religieus of niet-religieus willen zijn, maar omdat ze verlangen naar persoonlijke groei, naar geluksmomenten, naar verbondenheid, troost en bemoediging. Kortom naar voedsel voor de ziel. Opdat ze bivak kunnen maken in de chaos die leven heet.

 

Of dat dan nog religie heet? Ach wat doet het er eigenlijk toe? Ik zou de bijzondere ervaringen die mensen opdoen bij geboorte en sterven, in de natuur, bij muziek, films en kunst, grenservaringen die het alledaagse overstijgen, niet per se willen laten vallen onder een religieuze noemer, maar veel liever onder een universele, spirituele noemer. Ik zou het liever bestaansoriëntatie willen noemen. Mensen zoeken volgens mij intuïtief naar veiligheid en geborgenheid. Ze willen genieten van het feestelijke van het leven, verbondenheid met anderen ervaren, en ze willen dat diepgewortelde verlangen naar een goed leven voeden. En dat kan bij de Vrijzinnigen in Velp.

 

Wie op zondag een bijeenkomst van de Vrijzinnigen Velp bijwoont, merkt dat het lijkt op een kerkdienst, maar toch heel anders is. Er is geen plechtstatige sfeer, maar er is wel stilte en aandacht. Er zijn bijbelteksten, maar er zijn ook veel mooie verhalen en gedichten uit andere bronnen. Er wordt lekker voluit gezongen en je mag bidden, maar het hoeft niet. En er is niet alleen orgelspel te horen, maar ook andere muziek, van klassiek tot populair. Kortom, het kerkgebouw is een heerlijke plek waar het leven in al haar vormen wordt gevierd. Een kerkdienst is bij ons een levensviering.

 

Het is een zielsplek waar je tot rust en tot jezelf mag komen, of als je wilt tot iets Hogers of iets Diepers. Een plek waar je eens rustig kunt nadenken over een alledaags thema of over heel iets anders, een plek waar je best een beetje weg mag dromen, waar je een arm om je schouder voelt als je verdrietig bent, maar waar we soms ook heel hard kunnen lachen om onszelf en waar inspirerende mensen boeiende lezingen geven. Kortom, het is een unieke plek in de regio, waar je dat verlangen naar een goed leven in alle vrijheid en op jouw eigen manier kunt voeden. En waar je vooral niet hoeft te geloven wat ik zeg.

 

Ik hoop dat steeds meer mensen ons weten te vinden. Niet omdat ze religieus of niet-religieus willen zijn, maar gewoon omdat ze het fijn vinden bij de Vrijzinnigen Velp.

 

Esseldien Wennink
voorganger Vrijzinnigen Velp